Pagina 11: Pieter en Laurence-200 jaar geleden

Pieter en Laurence, 200 jaar geleden

’t Is voorjaar en dan ruim je makkelijk op. Zo was ik ’n paar weken geleden bezig in mijn boekenkast en kwam ik een map aantekeningen tegen over Hoofdplaat. Bijvangst bij het schrijven van mijn boekje over Hoofdplaat, dat bijna een halve eeuw geleden verscheen.

We gaan driehonderd jaar terug. Hoofdplaat bestond nog niet. Het hele gebied van Nummer Eén tot Nummer Zeven was een uitgestrekt schorrencomplex, dat alleen bij hoge vloed onder water liep. Alleen vier bergjes, stellen, staken er dan nog boven water uit. Eén stelle lag in de buurt van Sasput. Dan lag er nog één waar nu het dorp ligt. Dat was de Hoofdstelle. De andere lag aan de oostkant, (de Ooststelle)  waar nu de volkstuintjes zijn en de andere aan de westkant, waar nu de familie Hoogerwerf woont (de Weststelle).  Deze waren onderling verbonden met een soort dijkjes.

Op de Hoofdstelle overleed in 1728 Pieter Willaert. Hij liet negen kinderen na. De oudste was Willem, 20 jaar en de jongste, Rosa, slechts negen maanden. Hij was getrouwd met Laurense Steur.

Pieter was eigenaar van een groot aantal schapen. Hij had dan ook vier schaapherders in dienst: Andries Vermandel, Gerard van Houcke, Judocus van Houcke en Christiaan Hendrik. Alle vier vaklieden, die het weer konden voorspellen als ze naar de zee en de wolken keken wanneer ze met hun  twee kooien over de schorren zwierven.

Op de Ooststelle stonden een schuur, een schapenstal en een bakkeet. Op de Weststelle alleen een schuur. Hier liepen ook twee paarden en scharrelden wat eenden en kippen op het erf rond. Het geheel was afgepaald door een vermaok. De schapen liepen hier in schaopsrennen. Er was ook een eenvoudige woning met daarin onder andere twee pluimbedden en hoofdpeulens, dekens en ga zo maar door. Tot de inboedel melden we verder acht zakken tarwemeel. Die kwam hoogstwaarschijnlijk van de molenaar uit Biervliet, want Pieters nalatenschap is in Biervliet aangegeven en daar zijn ook de successierechten betaald.

Eigenlijk lag het schorrencomplex als een eiland in de Westerschelde. Aan de zuidkant stroomde de Kromme Watergang. Bij laag water was het ploeteren door het slik om naar de overkant te komen. Daarom passeerde men deze Watergang het liefst bij vloed en voer men met een bootje naar de overkant. Met paard en wagen reed men met de vracht over het eiland; bijvoorbeeld met het meel naar de Oostelle.

Hoofdzakelijk waren de bewoners op IJzendijke gericht; daar bezocht men de winkels en de kerk. Het is wel duidelijk dat Pieter en zijn gezin op de schorren afgezonderd leefden. Maar gebrek leden ze niet want in huis was bijvoorbeeld een grote hoeveelheid spek. En voor de verandering vingen ze wel een visje of schoten ze een vogel, want tot de nalatenschap behoorden twee eenvoudige pistolen en een snaphaan. Of waren die geweren er vanwege boze bezoekers?

Het meeste geld verdiende Pieter met de verkoop van wol en lammeren. Vanzelfsprekend gingen er ook wel eens schapen en lammeren dood. Hun vellen brachten ook een mooie som geld op.

Tenslotte vermelden we nog dat er 30 meter linnen in de kast lag, waaruit kinderhemden zouden gemaakt worden. Helaas overleden kort na elkaar vier meisjes uit dit verweesd gezin.

Toen Pieter overleed liepen er 1325 schapen en 4500 lammeren rond. Pieter was in deze veestapel voor één vijfde deel gerechtigd.

Pieter Willaert en zijn vrouw Laurense Steur waren ongetwijfeld één van de eerste bewoners van de Hoofdplaat.

Rinus Willemsen