Pagina 7: Mijn Hobby

Mijn hobby: Verhalen schrijven en vertellen en af en toe een gedichtje.

Zonder verhalen kan geen mens leven. Zolang als er mensen zijn worden er al verhalen verteld en opgeschreven.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de verhalende rotstekeningen die hier en daar gemaakt zijn door de eerste mensen die als jagers leefden.

Ieder van ons draagt vele verhalen in zich mee: alledaagse verhalen, verborgen of onderbelichte geschiedenissen, toekomstscenario-verhalen, romantische verhalen, voor- en afkeurverhalen, wandelverhalen, medische geschiedenissen, verhalen over mooie buitenkanten en minder mooie binnenkanten en omgekeerd.

Kortom, verhalen zijn er in alle soorten en maten. Het interessante is dat een verhaal per definitie niet waar is. Want op het moment dat we iets denken of meemaken interpreteren we het gelijk en geven het zo betekenis: ‘het glas was half vol dus hij had het prima naar zijn zin, dat was duidelijk’. ‘Nee hoor, zijn glas was al half leeg dus hij baalde als een stekker. Dat zag je aan alles’.

Iedereen heeft zijn of haar eigen werkelijkheid en fantaseert er lustig op los. Zo zal degene die alles van de positieve kant bekijkt, bij wie het glas dus half vol is, datgene wat hij om zich heen ziet vaak als positief bestempelen. Terwijl de pessimisten onder ons bij wie het glas al half leeg is, geneigd zijn om gebeurtenissen om zich heen als negatief te bestempelen. Het is een interessant fenomeen. Als we er ons bewust van zijn dat we half vol of half leeg kijkers zijn, kunnen we ons eigen levensgeluk vergroten of verkleinen. VRAAG jezelf regelmatig af: vertel ik dit omdat bij mij het glas half leeg of half vol is?

Mensen worden nóg interessanter als je ze beschouwt als een levende verhalenbundel! Mensen vertellen verhalen over zichzelf en over elkaar. Al die verhalen hebben een functie. Misschien is het een afleidersfunctie: als ik het vaak over iemands gedrag heb, hoef ik niet naar mijn eigen gedrag te kijken. Misschien is het een helpende functie: als ik vertel dat de bakker met vakantie gaat kan iedereen extra brood bestellen om de bakker-loze tijd te overbruggen.

Er zijn heel veel verschillende functies voor het vertellen of opschrijven van verhalen. VRAAG jezelf regelmatig af: welke functie heeft het verhaal dat ik vertel voor mezelf?

Verhalen helpen onze levenskracht te vergroten. Om dingen te dragen die anders niet of nauwelijks te dragen zijn. Verhalen kunnen helpen te helen. Omdat verhalen uitnodigen de dingen van andere of meerdere kanten te bekijken of anders of mooier te maken dan je de gebeurtenis zelf hebt ervaren.

Magie in een verhaal brengen is heerlijk: wat is er mooier dan een slechterik een koekje van eigen deeg te geven of hem of haar betoveren zodat hij of zij voortaan alleen nog maar extreem goede liefdevolle dingen kan doen? Verhalen helpen om de waarde van kleine gebaren te waarderen wanneer aan zo’n klein gebaar woorden worden gegeven waardoor ze in het licht komen te staan en de aandacht krijgen die ze verdienen. VRAAG jezelf regelmatig af: welk gebaar vond ik fijn en heb ik diegene dat al verteld?

Een apart genre van verhalen zijn moppen. Ik houd niet van moppen. De meeste moppen vind ik erg flauw en een aantal ronduit kwetsend omdat er iets negatiefs wordt verteld over een bepaalde bevolkingsgroep. Toch heb ik een handvol moppen verzameld die ik koester omdat het juweeltjes van verhalen zijn die ik in de loop van de jaren steeds verder ben gaan uitbouwen en uitschrijven. De humor, een glimlach, dat is echte genade. En die lichtheid van die humor vind je overal.

Zo liep ik bijvoorbeeld begin december door Nummer Een. Op een van de ramen op een huis aan de overkant las ik “Welkom” met een naam eronder die ik niet kon lezen. Maar natuurlijk ging het om een kindje dat geboren was. Opgetogen vertelde ik bij thuiskomst dat er op Nummer Een een kindje was geboren maar dat ik de naam niet kon lezen. Toen mijn partner enkele dagen later meewandelde las die de naam met het grootste gemak: “Sinterklaas”. ‘Zo komen de verhalen’, werd me lachend ingewreven.

Maar inmiddels blijk ik toch te beschikken over een vooruitziende blik want op eerste kerstdag 2020 werd er in hetzelfde huis toch een kindje geboren: Welkom Feline!

Op 1 maart 2020 hebben we een try-out verhalenmiddag georganiseerd in het Dorpshuis. Op zondagmiddag verzamelden zich tweeëntwintig verhalenliefhebbers en vertelden vijf van hen een verhaal. Ieder op eigen wijze. Met humor, spanning, een lach een traan. Het was een genoeglijk samenzijn dat we graag in het najaar wilden herhalen.

Toen zette Corona daar helaas een grote streep door.

Ik ben op zoek naar mensen die het net als ik leuk vinden om met verhalen schrijven en/of vertellen bezig te zijn of er graag naar luisteren. Niet om een hoogdravende literaire prijs te winnen maar puur om te delen in het verhalenplezier. Schroom niet me te mailen!

Veel groeten van Hendrikje van der Zee

korteverhalen@zeelandnet.nl

Gedichtje “Kobus”

Op een dag zei de oude knol Kobus tegen zijn kudde, terwijl zijn hoofd vol ongeloof schudde:

‘Ik vóel het zo, niet omdat ik persé wil,

maar eigenlijk ben ik een krokodil…

Ja diep van binnen voel ik dat’.

Nu schudden alle paarden wat.

‘Ik laat me niet ombouwen, ik ga me niet verkleden.

Maar als ik soms eens anders doe, Dan weten jullie nu de reden’.

Toen zei een Duitse schimmel: ‘Iek bien Dolf

Mein Gott, mein himmel! Aber eigentlich bien iek wolf!’

‘Tja, nu je het zegt’, zei pony Jaap,

‘ik voel me al van jongs af schaap’.

‘Ik,’ zei een Pinto van Mexicaanse komaf,

‘ik voel me tijger in galop en in draf’.

Het Zeeuwse trekpaard bleek zich vooral bij het kroelen

al heel erg lang een poesje te voelen.

De Haflinger keek eens gemeen in het rond.

Hij voelde zich al jarenlang een valse hond.

De Lipizaner zei:

‘Soms voel ik me keizer, maar meestal lakei’.

Het Fjordenpaard voelde zich parkiet,

Alleen dat harde krijsen lukte hem nog niet.

‘Ik’, zei een volbloed Arabier,

‘voel me opvallend vaak een piepkleine mier’.

‘Tja’, zei een grote sterke zwarte Fries,

‘ik voel me een eekhoorn, vooral als ik nies’.

Kijk nou die kudde. Het lijken er tien,

omdat je alle anderen niet echt nog kunt zien.

Maar als je eens langsloopt en denkt: ‘die doet vreemd…’

Dan is het waarschijnlijk een ponykanarie of een paardenbekeend.

Hendrikje van der Zee