Pagina 20: Je ziet het als je denkt dat het er is

                                                                       

Lang geleden togen we in een zomervakantie met een volgeladen auto met kinderen en de hond naar Tilburg. We hadden weinig geld en een vriendin was zo lief haar bovenhuis een week aan ons af te staan. We hadden er allemaal reuzeveel zin in. Ons vakantiehuis was de uitvalsbasis waarvandaan we dagtripjes ondernamen. Het is een flinke klus om alles en iedereen gereed te krijgen voor vertrek weet iedereen die weleens met kinderen op stap gaat. Dochter moest toch nog opnieuw naar de wc, zoon zocht zijn lievelingsspelletje, neef kon zijn linkerschoen niet vinden, vriendinnetje kon niet op haar benen staan van de slappe lach, hond nam de benen et cetera. Maar uiteindelijk zat iedereen op zijn of haar eigen vaste plekje in de kleine auto, klaar voor vertrek. De auto was al gestart toen mijn wederhelft de onafscheidelijke waterfles miste. De metallic gekleurde aluminium waterfles die ieder uitstapje in de console meereed was nergens te bekennen. Rugzak doorwurmen. Eerst alle net gesmeerde broodjes er weer uit, daarna een doosje pleisters, tasje met rijbewijs en portemonnee. Bodem in zicht. Niks te zien. Ik had als bijrijder de meest riante mogelijkheden om zonder veel moeite uit te stappen. Die fles stond natuurlijk met vers water gevuld nog op de trap naar boven wist ik. Deur open, blik op een lege trap. ‘Zou dan die waterfles toch nog boven staan?’, twijfelde ik. Ik keek overal, maar in hoe meer kamers ik géén waterfles aantrof, hoe meer de innerlijke overtuiging groeide dat de fles er gewoon niet was. Geduld is niet mijn meest sterke kant, dus na ook nóg een blik op de zolder met de gedachte dat die waterfles daar natuurlijk óók niet zou staan, denderde ik de trap af naar beneden, trok de bestuurdersdeur open en zei kortaf: ‘Ga zelf maar kijken. Ik heb geen idee waar je hem dit keer hebt neergezet’. Mijn partner liep laconiek de trap op naar boven om even later vol ongeloof te vertellen dat de waterfles nergens te vinden was. Dus dochter stapte uit ging naar boven en kwam met lege handen schouders ophalend weer naar buiten. Daarna gingen zoon en neef op flessenstrooptocht, maar ook zij keerden onverrichterzake terug. ‘Nee hoor tante geen fles te bekennen’, waarna neef gelaten opperde dat de fles echt kwijt was geraakt en we er beter aan deden even een nieuwe te kopen. Mijn partner weigerde te geloven dat de fles onvindbaar was en sputterde bij de gedachte een nieuwe te moeten kopen als dat niet nodig was. Zo’n outdoor waterfles kost toch al gauw tegen de dertig euro. Nu ging vriendinnetje mee zoeken. Vol overtuiging en goede moed stapte zij de trap op naar boven, maar ook zij keerde onverrichterzake terug. Kortom, iedereen had gekeken maar niets gevonden. Ondertussen glipte de hond ook de auto weer uit want het is nou eenmaal een roedeldier, dus die blijft niet in zijn eentje in een auto zitten wachten als de rest van de

familie het voertuig heeft verlaten. Zoon zuchtte veelzeggend diep, trok de rugzak open en beet in zijn eerste broodje, zodat we spoedig met zijn allen op de stoeprand zijn voorbeeld volgden. Of we nou eindelijk zouden gaan vertrekken, wilde dochter weten. Ze kreeg bijval van haar leeftijdgenoten. Maar wij – de volwassenen – weigerden principieel te vertrekken zonder de vertrouwde waterfles. En ineens drong er zomaar een inzicht tot me door. ‘We zijn allemaal gaan zoeken met in ons hoofd de veronderstelling dat de waterfles er niet is. Omdat we denken dat de waterfles er niet is zien we hem niet. Ik ga dus nog één keer naar binnen terwijl ik denk dat de waterfles er wel is’. Iedereen staarde me aan of ik zojuist de grootst mogelijke onzin had verkondigd. Maar ik was er van overtuigd dat het klopte en dat ik de fles daardoor écht zou zien staan. Ik voelde een prettige alertheid toen ik de trap opliep. En já, of je het nu gelooft of niet, ik spreek écht de waarheid: de fles stond gewoon op het aanrecht naast de kraan.

Opgewonden rende ik met de fles naar beneden en hield die triomfantelijk in de lucht terwijl ik doorliep naar de auto: ‘Instappen allemaal! We gaan vertrekken!’. Iedereen nam razendsnel zijn plaats weer in en onderweg naar bestemming herhaalde ik opgetogen, tot vervelens toe volgens de kinderen, deze grote magische ontdekking van denkkracht. Die denkkracht van ons is oneindig. Wist u dat? Ik kwam er achter dat het principe van denken dat het er wel is niet alleen werkt bij het hervinden van waterflessen en andere materie. Nee, integendeel! Deze denkkracht werkt juist ook bij niet-materiële zaken! Ik nodig u dan ook van harte uit daar de komende tijd mee te oefenen wanneer u in contact komt met anderen. Denk dat iemand wel nadenkt! Denk dat iemand het wel aardig bedoelt! Denk dat iemand wel evenveel van u houdt als u van diegene! U zult merken dat het werkt! Uw leven wordt er zoveel kleurrijker door.  

Hendrikje van der Zee