Pagina 20: De Keizer van B

De Keizer van B

Toen de bouw van de hoogste toeristentoren in het plaatsje B was voltooid nodigde de projectontwikkelaar de plaatselijke middenstand uit om samen het glas te heffen op de vruchtbare resultaten van hun samenwerking. Deze bijeenkomst vond plaats in het penthouse dat de projectontwikkelaar als investering zelf in bezit hield. Het had een fenomenaal uitzicht. Vanuit zijn dakappartement keek je niet alleen uit over de Noordzee, maar ook over de Schelde en het achterland van B.

‘Wat is dat daar?’, vroeg hij. Zijn hoofd knikte minzaam landinwaarts. Een van de aanwezigen die om hem heen dromden als vliegen op de stroop, antwoordde: ‘Oplaag Een. Klein saai gehuchtje. Er staan alleen wat woninkjes’. ‘Interessant’, mompelde de projectontwikkelaar met een zelfgenoegzaam lachje. ‘Ik zie een nieuw project’. ‘Gaat niet lukken. Het hoort niet bij B. Het valt onder een andere dorpsraad’. ‘Alles is te koop’, sprak de projectontwikkelaar gedecideerd. Alle aanwezigen spitsten hun oren toen de projectontwikkelaar zijn spontane ideeën ontvouwde. En zonder enige aandrang was men het al snel roerend eens dat dit nieuwe project het beste was voor de leefomgeving. Tenslotte bestond de regio bij de gratie van de toeristenindustrie.

Nog diezelfde dag trok de projectontwikkelaar naar de dorpsraad waar Oplaag Een onder viel. Met een dikke portemonnee en welkomstgeschenken was het makkelijk onderhandelen, wist hij als geen ander. Maar de betreffende dorpsraad wees hem zonder omwegen de deur. En ook de Burgemeester van Oplaag Een moest niets hebben van de dikkenekkerige projectboer. Nog nooit eerder was de projectontwikkelaar zo diep beledigd. Meteen zocht hij zijn middenstandskompanen op in B. Die gaven aanvankelijk niet thuis want ze hadden geen zin in ellende en ruzie. In Oplaag Een woonden familie en vrienden die veelal uit B waren verhuisd naar wat meer landelijke rust.

Dat zag de projectontwikkelaar als een mooi argument om Oplaag Een te annexeren. ‘Je gedraagt je als een keizer’, zei een van de middenstanders afkeurend. ‘Ik heb ook de macht van een keizer. Ik heb jullie gered van de ondergang. Ik kan jullie maken en ook breken. Zorg dat ik dat niet hoef te doen’. Hij sprak zijn woorden bedachtzaam onderkoeld. Iedereen begreep dat het menens was.

En zo bestond het dat nog die avond een regionale tv zender het programma omgooide voor een boodschap van de keizer van B aan het volk. ‘We worden helaas geprovoceerd’, sprak de keizer. De inwoners van Oplaag Een discrimineren de inwoners die vanuit B naar Oplaag Een zijn verhuisd. De situatie is onhoudbaar. Ik kan niet anders dan actie ondernemen’. ‘Die vent is knettergek’, zeiden de inwoners van Oplaag Een. Maar gek of niet, de volgende dag reed een colonne van shovels, bulldozers en walsen vanuit B richting Oplaag Een.

Gelukkig was de burgemeester van Oplaag Een een wijs man met een vooruitziende blik. Na de onaangename ontmoeting met de keizer had hij alle inwoners opgeroepen poep in te zamelen. Eigen poep, hondenpoep, kattenpoep, schapenpoep, kippenpoep.  Er werd een enorm reservoir aangelegd. Daarbij geholpen door de dorpsraad en inwoners van omliggende kernen. ‘Een voor allen, allen voor Een’! Iedereen was gemotiveerd om die keizer eens een goed lesje te leren.

De colonne werd dankzij de moed van de inwoners van Oplaag Een tot staan gebracht én gedwongen terug te keren naar B. Daarna werden met deltavliegers strontbommen afgeworpen boven op het penthouse van de keizer. De middenstanders van B schaamden zich dat ze hadden ingestemd met het plan van de keizer en ze beloofden om nooit meer mee te zullen werken aan plannen die zo regelrecht indruisen tegen de wil van de inwoners. En de keizer? Die was in geen velden of wegen meer te bekennen. Maar gelukkig had iemand nog wel een foto van hem kunnen maken. Hoe hij onder de drek in zijn auto het plaatsje B uit vluchtte met onbekende bestemming.

En zo keerde de rust terug en leefde iedereen nog lang en gelukkig.

     Hendrikje van der Zee