Pagina 19: Angelika houdt koopdag

Angelika houdt koopdag

Het is bijna tweehonderd jaar geleden dat op het kruispunt midden in het dorp een grote openbare verkoping werd gehouden. Vooral manu-facturen, maar ook een groot deel van de inboedel kwamen onder de hamer. Jaren later werd daar nog over gesproken.

’t Was een hele drukte, die 13e juni 1831. Al vroeg in de morgen hadden de timmerman en zijn knechten schragen voor het huis van Pieter Serrarens opgesteld. Vandaag en morgen zou de inboedel van zijn dochter Angelika te koop worden aangeboden. Pieter woonde in het hoekhuis van de Oostlangeweg, tegenover het gemeentehuis. Pieter had een brouwerij en was vrederechter van het Kanton IJzendijke. Drie of vier dagen per week liet hij zich met zijn gerei door zijn knecht naar IJzendijke rijden. Daar behandelde hij allerlei kleine overtredingen, zoals diefstallen, beledigingen, stroperijen en illegaal vissen. De meeste tijd besteedde hij aan de nalatenschappen van een vader of moeder die een minderjarig kind naliet.

Pieter was al in de zestig als deze koopdag begint. Hij was net voor de tweede keer weduwnaar geworden en zijn dochter Angelika zou d’r handen vol krijgen aan het verzorgen van d’r oude vader. Daarom hadden ze besloten de winkel in manufacturen van de hand te doen. De IJzendijkse notaris-burgemeester was benaderd. Hij zou de koopdag leiden. Notaris Jacobus Brevet was al tegen de middag vertrokken. In zijn koets zaten kleermaker Johan Baptist Ocker, Johannes Gijzeling, gerechtsdienaar en de notarisklerk. Zij zouden alle vier de akte na afloop ondertekenen. In de herberg op de andere hoek van de straat, zetten ze zich rond de middag aan tafel. Het kleine kamertje aan de voorkant was heel geschikt om als eetsalon te dienen. De vrouw van de kastelein kwam met vier dampende borden binnen. De heren hadden er geen moeite mee. Ook de glazen werden een paar keer gevuld.

Tegen 13.00 uur verlieten ze de herberg en klommen met enige moeite op een boerenwagen. Achter het wankele tafeltje namen de notaris en zijn klerk op de krakende stoelen plaats. Of de wagen nog een beetje verder gedraaid kon worden, zodat ze niet in de zon keken. Dat gebeurde. Een paar sterke mannen trokken de kar verder de straat in. De verkoping kon beginnen. De veldwachter ging bij de kar staan, de oproeper liep op de rollen ellegoed af en riep wat er te koop was. “Nummer 1: zes doeken. Wie biedt er?” Het was Adriaan Jansen Verplanke uit Hoofdplaat die koper werd van de eerste kavel, voor F 1,80. En zo gingen tientallen rollen katoen weg. De eerste aanbiedingen gingen rap van de hand. En er werd flink opgeboden. Katoen, schortegoed, halsdoeken, wollen kousen, omslag- en hals-doeken naast lappen festein en wollen deken. Mannen en vrouwen keken mekaar aan als er een lap stof opgestoken werd. Meestal riepen de mannen een bedrag als ze een knikje kregen van hun vrouw. Een paar oudere vrouwen, weduwen, stonden hoofdschuddend te kijken. “Vee te vee,” kon je ze horen mompelen. Maar een paar aanbiedingen verder, sloegen ook zij toe. Vandaag konden ze hun slag slaan om volgende week met een lap stof naar de naaister te gaan om een schôôn klêêd te laoten maoken.

Waar het ook druk was, dat was bij de macronkasse van Bram. Voor een paar cent kon je daar een vol vel macrons kopen. En ook de bakker had niet te klagen: zijn koeken gingen ook rap van de hand. Een paar grote jongens brulden de omroeper na. Sommige mannen begonnen zich te ergeren en daar was het die gasten net om te doen. Maar toen de meester, Pieter Merrelaar, hun namen luidkeels riep, dropen ze toch af. De school was die middag gesloten. ’t Was zomer en de meeste kinderen hielpen toch op het land. En Merrelaar wilde zelf ook naar de koopdag.

Tegen vijf uur vond de notaris het welletjes. “Me stoppen d’r mee. Morgen gaon me om êên ure wee vèder,” riep de omroeper. De volgende dag waren er nog meer gegadigden, want nu kwam een deel van het huisraad onder de hamer. Niet alleen van Hoofdplaat waren er veel kopers en kijkers gekomen, maar ook uit IJzendijke, Biervliet, Schoondijke en zelfs van Groede.

Om enkele kopers te noemen: gemeentesecretaris Dolfin Bekaar die een houten kistje kocht voor F 0,55; deurwaarder Carpreau, die een lap schortegoed kocht. Beiden mannen kwamen uit IJzendijke, goede bekenden van elkaar. Ze waren immers alle twee op dezelfde dag getrouwd en Carpreau had zijn eerste zoon naar Dolphing vernoemd. Op het eind van de tweede dag werd de rekening opgemaakt. De twee koopdagen (met 175 kavels) hadden maar liefst F 247,67 opgebracht. Tot laat in de avond zag je mannen met beladen karren en kruiwagens naar huis rijden. Het was een ware uittocht!

Ter aanvulling: Pieter Serrarens was brouwer en vrederechter van het kanton IJzendijke. Daar werd recht gesproken over de dorpen IJzendijke, Biervliet, Hoofdplaat en Waterlandkerkje. Pieter was eerst getrouwd met Isabella Willaert en na haar dood met Anna Maria Knudde. Uit het eerste huwelijk was Angelika Juliana (1803) geboren. Na de dood van haar vader (1834), trouwde ze nog datzelfde jaar met Pieter van Sloten, geboren in Leeuwarden, kapitein bij de infanterie in Breda. (Dat was nog eens een goede date!) Bij hun huwelijk, dat in Hoofdplaat werd gesloten, waren notaris-burgemeester Brevet van IJzendijke, ds Anthonie Cornelis van Altena (Hoofdplaat) en de water-staatkundig ambtenaar Marinus Caland (Hoofdplaat) getuige. Deze huwelijksvoltrekking was er eentje van stand; ook toen was er veel bekijks aan het gemeentehuis.

Rinus Willemsen