Pagina 10: Ode aan Hoofdplaat

Wie kent onderstaande tekst en weet waar dit vandaan komt.

Het is gevonden tussen de papieren van een echte oud-Hoofdplaatse. De vinder heeft al geprobeerd de herkomst te achterhalen maar dit is nog niet gelukt. Daarom roepen we

uw hulp in. Misschien is het een lied, en weet u welke melodie hierbij hoort? We horen het graag! U kunt hiervoor mailen naar avermeere@zeelandnet.nl .


Ik zie er de zee waarin schepen voorbij gaan

en waarvan het water nooit rust.

Ik zie er de slepers die wolken uitbraken,

van rook die de huizekes kust.
Ik denk aan de baren zo grillig van vorm,

als de wind ze komt striemen bij Zuid-Wester storm.

REFREIN:

Al ben ik maar een klein vlekje,

Hoofdplaat mijn geboorteplekje.

Van jou hou ik ’t meest,

aan jou wijd ik dit lied.

Vergeten, vergeten dat doe ik je niet.

Ik zie er de huizen van ’t oude gedeelte,

blank onder de zomerzon staan.

De hekjes geverfd en geschuurd steeds de stoepjes,

de schoorsteen waar pluimen uitslaan.

Dan is er de kaai die je doormidden snijd,

en zijn heerlijke geuren bij schudding-tyd.

REFREIN……..

Dan staan er twee kerkjes, die stil en bescheiden,

hun torentjes planten in de lucht.

Daarnaast staan de huizen waar de herders wonen,

die over je waken “gehucht”.

De zuster die dag in, dag uit weer vol plicht,

‘t leed en ’t lijden der zieken verlicht.

REFREIN……

En zou ik Hoofdplaat voorgoed gaan verlaten,

en naar vreemde oorden dan gaan.

’t Beeld van m’n dorpje zal er niet verbleken,

doch fris in mijn geest blijven staan.

’t Plekje waar ik ’t eerste levenslicht zag,

daar blijft ik aan denken tot mijn laatste dag.

REFREIN……..