Pagina 5: Terugblik-Klooster…

Het klooster aan de Oostlangeweg.

Dikwijls als ik in Hoofdplaat kom, dan rijd of fiets ik langs het klooster, wat al langs geen klooster meer is. Maar in mijn gedachten nog wel. We noemen het nog altijd zo.

Ik ben geboren in 1939 en ben opgegroeid in de Havenstraat. Het klooster was in die jaren volop “in bedrijf”. Er gebeurde in die tijd nogal wat in dit gebouw.

In 1929 kwamen de zusters van Dongen in een splinternieuw gebouw. Het bestond uit een woongedeelte, compleet met spreekkamers. Alles lekker ruim opgezet. Ook was er een “kliniek”, een afdeling van het Wit Gele Kruis. Er waren drie klaslokalen en boven nog een kapel. Zoals ik me kan herinneren waren er zeven zusters, die allemaal hun taak hadden.

Om te beginnen was daar zuster Suprieur. Volgens mij de hoogste in rang.

Ze hielp ook wel eens mee in de kleuterschool. Dan was er de zuster van de naaischool. Je kon daar heel goed leren naaien en je werd, als je dat wilde, opgeleid tot coupeuse. Ook was er na de schooltijd een soort klas voor meisjes van de lagere school. Die leerden dan op de machine naaien en daar zijn heel wat schorten en pyjamaatjes gemaakt.

Dan was er de kleuterschool. Er waren in die tijd meer kinderen dan tegenwoordig. In de tijd van de tweede wereldoorlog gingen we gewoon naar school. We speelden met blokken, gebreide ballen om de kleuren te leren kennen. We vouwden dingetjes van papier en we speelden ook buiten.

Na de oorlog hebben we kapotte overgordijnen uitgeplozen. Allemaal kleine lapjes, waar we draadjes uit moesten trekken. Dat werd dan als kussenvulling gebruikt. Over duurzaamheid gesproken.

Iedere dag gingen twee zusters naar Biervliet. Eentje voor de naaischool en eentje voor de kleuters. Dat was in het gebouw naast de R.K. kerk waar nu de bloemenzaak Deco Green is. Ook ging een zuster naar Slijkplaat voor de kleuterschool. De wijkzorg werd gedaan door de wijkzuster. Die deed iedere dag haar ronde langs de zieken. Ze kwam tot Nummer Een en Slijkplaat. Alles per fiets maar op het laatst op de scooter.

Dan was er nog de huishoudster, die zorgde voor huis en tuin. Laatstgenoemde bestond uit een moestuin en een boomgaard (met een Maria-grotje).

In het Wit Gele Kruis kliniek was het regelmatig babybureau. Daar vonden de inentingen plaats. Op het laatst hield de tandarts uit Oostburg er iedere week spreekuur. Als er iemand overleden was, bestond de mogelijkheid om er de overledene op te baren.

De overblijfopvang voor de kinderen van “de buiten” bestond toen ook al. Tussen de middag werden de boterhammen netjes opgegeten bij de zusters. Als je eerste communie moest doen, was je bij de zusters op de goede plek.

Kortom er gebeurde nogal wat in het klooster aan de Oostlangeweg.

In 1956 vertrokken de zusters weer. Er kwamen “gewone” kleuterjuffen en “gewone” wijkzusters. Er werd wat verbouwd en er kwamen “gewone” mensen wonen.

En nu is het een B&B. Dus nog altijd een sociaal gebeuren. De zusters zijn al meer dan zestig jaar vertrokken. Maar het klooster hoort nog altijd bij Hoofdplaat.

Hoe ik dat allemaal weet ? Ik heb een jaar of vijf die lange gangen gedweild! (Ik kan heel goed dweilen)

Trees Franssen – van Acker

P.S. Wie kan de namen van de zeven zusters opnoemen ?